ECLI:NL:RBARN:2009:BM0885
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over herinvesteringsreserve en onderhoudsvoorziening vennootschapsbelasting 2004
Eiseres, een vastgoedbeheerder, had in 2000 een vervangingsreserve gevormd die in 2004 als herinvesteringsreserve zou moeten vrijvallen. De rechtbank onderzocht of in 2004 een definitieve koopovereenkomst voor een pand was gesloten, wat bepalend is voor het al dan niet vrijvallen van de reserve. Uit de feiten bleek dat hoewel mondelinge overeenstemming was bereikt, geen definitieve schriftelijke verplichting tot aankoop bestond omdat de verkoper niet binnen de afgesproken termijn schriftelijk bevestigde. Hierdoor was er geen sprake van een herinvestering in 2004.
Daarnaast werd de omvang van de onderhoudsvoorziening betwist. Eiseres stelde een hogere voorziening voor op basis van een kostenraming uit 2007, maar de rechtbank vond deze niet aannemelijk voor 2004. De lage onderhoudskosten in voorgaande jaren en het ontbreken van een concrete planning maakten dat slechts een deel van de voorziening werd geaccepteerd.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres en handhaafde de aanslag vennootschapsbelasting 2004 zoals vastgesteld door verweerder. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting 2004 wordt gehandhaafd.