ECLI:NL:RBARN:2009:BM1630
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op VAR winst uit onderneming wegens uitzendovereenkomst
Eiser verrichtte sinds oktober 2007 werkzaamheden als projectleider via [G] BV bij cliënt [I]. Hij vroeg een VAR winst uit onderneming aan voor 2008. Verweerder herzag deze VAR na een bedrijfsbezoek en gaf een VAR resultaat uit overige werkzaamheden af. Eiser maakte bezwaar en stelde dat hij zelfstandig werkte en meerdere opdrachtgevers had.
De rechtbank stelde vast dat eiser zich moest houden aan werktijden en aanwijzingen van de cliënt, zijn werkzaamheden persoonlijk moest verrichten en slechts onder strikte voorwaarden zich kon laten vervangen. Daarnaast liep eiser geen ondernemersrisico en deed hij weinig investeringen. Er was sprake van een gezagsverhouding met [G] BV.
Hierdoor kwalificeerde de overeenkomst feitelijk als een uitzendovereenkomst in de zin van artikel 7:690 BW Pro. De inkomsten van eiser vormden loon uit dienstbetrekking en niet winst uit onderneming. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en de herziene VAR gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de herziening van de VAR winst uit onderneming wordt ongegrond verklaard omdat sprake is van een uitzendovereenkomst.