ECLI:NL:RBARN:2009:BM2003
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over gebondenheid aan vaststellingsovereenkomst inzake waardering onroerende zaak
Verweerder legde aan eiser een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen op over 2001, gebaseerd op een hogere waardering van een onroerende zaak dan door eiser opgegeven. Na bezwaar en onderhandelingen kwamen partijen tot een compromis over de waardering en de fiscale gevolgen daarvan, vastgelegd in een brief van 15 januari 2007, hoewel dit compromis pas anderhalf jaar later schriftelijk aan eiser werd bevestigd.
Eiser stelde dat hij niet gebonden was aan het compromis omdat het niet tijdig schriftelijk was bevestigd en omdat de onroerende zaak in 2008 voor een veel hogere prijs was verkocht, wat een hogere waarde in 2001 zou impliceren. Verweerder stelde dat het compromis wel bestond en bindend was, ook zonder ondertekend schriftelijk exemplaar.
De rechtbank oordeelde dat partijen gebonden zijn aan het compromis als vaststellingsovereenkomst, ook zonder dat die schriftelijk en door beide partijen ondertekend is vastgelegd. De latere verkoopprijs in 2008 doet niet af aan de geldigheid van het compromis. Er was geen sprake van wilsgebrek of druk bij het sluiten van de overeenkomst. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en de aanslag bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en hij is gebonden aan het compromis over de waardering van de onroerende zaak.