ECLI:NL:RBARN:2009:BM2365
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering hypotheekrenteaftrek wegens woning in aanbouw niet als eigen woning
Eiseres had voor het jaar 2005 hypotheekrenteaftrek geclaimd voor een woning in aanbouw. Verweerder weigerde deze aftrek omdat de woning niet als eigen woning kon worden aangemerkt. De rechtbank onderzocht of eiseres aannemelijk had gemaakt dat zij de woning uiterlijk in 2007 als hoofdverblijf zou gaan gebruiken, conform de tweejaarstermijn van artikel 3.111, derde lid, Wet IB 2001.
Tijdens de procedure stelde eiseres stukken over de bouw en oplevering van de woning over, waaronder brieven van het bouwbedrijf. De rechtbank oordeelde echter dat deze stukken onvoldoende bewijs boden. De authenticiteit van een brief uit 2005 werd betwijfeld en de inhoud was tegenstrijdig met andere stukken. Bovendien ontbraken concrete aanwijzingen dat de woning binnen de termijn gereed zou zijn.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet aan haar bewijslast had voldaan en bevestigde de weigering van de hypotheekrenteaftrek. Het beroep werd ongegrond verklaard. Daarnaast wees de rechtbank het beroep op de hardheidsclausule af, omdat die bevoegdheid niet aan de rechter toekomt maar aan de Minister van Financiën.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering van de hypotheekrenteaftrek voor de woning in aanbouw.