ECLI:NL:RBARN:2009:BN3868
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Correctie omzetbelasting bij popcornexploitant met gebrekkige administratie terecht
Eiser, een popcornexploitant, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de jaren 2001 tot en met 2005, vanwege een gebrekkige en onbetrouwbare administratie. De Belastingdienst stelde een theoretische omzetcorrectie vast omdat de kasadministratie en inkoopnota’s niet volledig en betrouwbaar waren bijgehouden.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet had voldaan aan de administratieve verplichtingen zoals gesteld in artikel 52 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) en dat de bewijslast omkeerde. Eiser slaagde er niet in om de onjuistheid van de correcties overtuigend aan te tonen, ondanks meerdere kansen om zijn standpunt te onderbouwen.
De theoretische omzetberekening van de Belastingdienst was gebaseerd op het ingekochte verpakkingsmateriaal en waarnemingen van incidentele activiteiten, waarbij een uitvalpercentage van 1% werd toegepast. Eiser stelde later een hoger uitvalpercentage, maar kon dit niet aannemelijk maken. Ook de weigering van de kleine ondernemersregeling werd als terecht beoordeeld.
De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, aangezien er geen sprake was van kennelijk onredelijk procesgedrag. De uitspraak werd gedaan door rechter F.M. Smit op 16 juli 2009.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt ongegrond verklaard vanwege een onbetrouwbare administratie en terecht toegepaste correcties.