ECLI:NL:RBARN:2009:BV8355
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Uitsluiting Janssen de Jong Infra B.V. van aanbestedingen wegens ernstige beroepsfout en integriteitsproblemen
De Provincie Gelderland voerde openbare aanbestedingen uit voor twee projecten met als gunningscriterium de laagste prijs, waarbij Janssen de Jong Infra B.V. (JJI) de laagste inschrijver was. Op grond van het Aanbestedingsreglement Werken 2005 (ARW 2005) en de Beleidsregels aanbesteding voerde de Provincie een integriteitsonderzoek uit via Bureau SBA en Bureau BIBOB.
Uit dit onderzoek, ondersteund door diverse krantenberichten en lopende strafrechtelijke onderzoeken naar omkoping en bouwfraude, bleek dat JJI vermoedelijk ernstige fouten had begaan in de beroepsuitoefening, waaronder ambtelijke omkoping en valsheid in geschrifte. JJI had in het SBA-vragenformulier ontkennend geantwoord op de vraag of zij een ernstige fout had begaan, wat als onjuiste informatie werd aangemerkt.
JJI werd uitgesloten van de aanbestedingen op grond van artikel 2.7.4 sub d ARW 2005, waarbij de rechtbank oordeelde dat de Provincie aannemelijk had gemaakt dat JJI een ernstige fout had begaan en dat de uitsluiting niet disproportioneel was. De rechtbank verwierp het standpunt van JJI dat uitsluiting alleen mogelijk is na onherroepelijke veroordeling en bevestigde dat de bewijslast bij de aanbestedende dienst ligt en dat deze niet gebonden is aan de strikte regels van het strafrecht.
De rechtbank wees de vorderingen van JJI af en veroordeelde haar in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van integriteitsbeoordelingen bij aanbestedingen en de mogelijkheid om bedrijven uit te sluiten op basis van aannemelijk gemaakte ernstige fouten, ook zonder definitieve strafrechtelijke veroordeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Janssen de Jong Infra B.V. af en bevestigt haar uitsluiting van de aanbestedingen wegens aannemelijk gemaakte ernstige beroepsfouten.