ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ0047
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid verstrekking strafvorderlijke telefoontaps aan Mededingingsautoriteit
In deze zaak vordert Janssen de Jong c.s., gesteund door [X], dat de Staat wordt verboden om telefoontaps, die strafvorderlijk zijn verkregen, aan de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) te verstrekken. Deze taps zijn gemaakt in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar mogelijke corruptie en omkoping bij aanbestedingen.
De kern van het geschil betreft de vraag of de verstrekking van deze strafvorderlijke gegevens aan de NMa rechtmatig is onder de Wet justitiële strafvorderlijke gegevens (Wjsg). Janssen de Jong c.s. stelt dat de bijvangst, gegevens zonder strafrechtelijke relevantie, niet tot het strafdossier behoort en daarom niet aan derden verstrekt mag worden.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de tapverslagen, inclusief de delen over prijsafspraken, tot het strafdossier behoren en als strafvorderlijke gegevens in de zin van de Wjsg moeten worden aangemerkt. De verstrekking aan de NMa is volgens de rechter gerechtvaardigd omdat het belang van handhaving van de Mededingingswet een zwaarwegend algemeen belang vormt. Tevens is geoordeeld dat deze overdracht niet onverenigbaar is met het recht op privacy zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
De vorderingen worden daarom afgewezen en Janssen de Jong c.s. en [X] worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van Janssen de Jong c.s. en [X] worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.