ECLI:NL:RBARN:2010:BL2331
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over afwikkeling lopende projecten en verdeling vermogen ontbonden vennootschap onder firma
De zaak betreft een geschil tussen twee voormalige vennoten van een ontbonden vennootschap onder firma (vof) over de afwikkeling van lopende projecten en de verdeling van het vermogen van de vof. Partijen sloten in 2006 een intentieovereenkomst en samenwerkingsovereenkomst waarin afspraken werden gemaakt over de beëindiging van de vof en de afwikkeling van lopende projecten, waaronder een onderscheid tussen schadegevoelige en niet-schadegevoelige projecten.
De kern van het geschil betreft het project GZH, dat als schadegevoelig werd aangemerkt. Eiseres stelt dat dit project en het risico daarop gezamenlijk voor rekening van de vof kwamen, terwijl gedaagde betwist dat het risico niet bij de partij lag die het project afwikkelde. De rechtbank oordeelt dat eiseres bewijs mag leveren over de gemaakte afspraken omtrent het gezamenlijke risico van schadegevoelige projecten.
Daarnaast is er discussie over de nakoming van informatieplicht uit de samenwerkingsovereenkomst, waarbij gedaagde stelt dat eiseres haar niet tijdig heeft geïnformeerd over aanvragen die deels betrekking hadden op haar diensten. De rechtbank wijst meerdere vorderingen af wegens onvoldoende onderbouwing of het ontbreken van concreet bewijs. De procedure wordt aangehouden voor bewijslevering en verdere beslissing.
Uitkomst: Rechtbank staat bewijslevering toe over afspraken risicoverdeling en houdt verdere beslissing aan.