ECLI:NL:RBARN:2010:BL2822
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling praktijkarbeidsovereenkomst als leerovereenkomst met overheersend leerkarakter
De zaak betreft een geschil tussen [eisende partij] en Stivako over de kwalificatie van een praktijkarbeidsovereenkomst en de rechtsgeldigheid van een ontslag op staande voet. [eisende partij] vordert loonbetaling en werkhervatting, stellende dat sprake is van een arbeidsovereenkomst en dat het ontslag onterecht is.
De rechtbank onderzoekt of de overeenkomst als arbeidsovereenkomst kan worden aangemerkt. Hierbij is niet alleen de bewoording van de overeenkomst beslissend, maar vooral de bedoeling van partijen en de feitelijke inhoud van de overeenkomst. Uit de praktijkarbeidsovereenkomst, de beroepspraktijkvormingsovereenkomst (BPVO) en de regeling beroepspraktijkvorming blijkt dat het primaire doel het leren en het uitbreiden van kennis en ervaring is.
Hoewel [eisende partij] vier dagen per week werkt en een CAO-loon ontvangt, weegt het leerkarakter zwaarder dan het arbeidskarakter. Dit betekent dat de bepalingen van Boek 7 Titel 10 BW niet van toepassing zijn en dat er geen arbeidsovereenkomst is. Hierdoor is het ontslag op staande voet door Stivako niet onrechtmatig en wordt de vordering van [eisende partij] afgewezen.
De kantonrechter veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten en verklaart de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering van [eisende partij] wordt afgewezen omdat het leerkarakter van de overeenkomst overheerst en geen arbeidsovereenkomst bestaat.