ECLI:NL:RBARN:2010:BL5215
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering contractuele boete wegens niet-stellen bankgarantie bij koop woning
In juni 2007 sloten eiser en gedaagde een koopovereenkomst voor een woning met een koopprijs van €599.500. De koper was verplicht uiterlijk 27 juli 2007 een bankgarantie te stellen of een waarborgsom te storten van €59.950 als zekerheid voor nakoming. Gedaagde is hierin tekortgeschoten en is door de notaris op 31 juli 2007 ingebreke gesteld. Vervolgens heeft eiser de koopovereenkomst op 31 augustus 2007 buitengerechtelijk ontbonden en de contractuele boete van €59.950 gevorderd.
Gedaagde erkent de boete in beginsel, maar verzoekt om matiging omdat de woning kort na ontbinding tegen vergelijkbare prijs is verkocht en omdat zij slechts tekortschoten in het stellen van de waarborgsom. De rechtbank oordeelt dat de boete een prikkel is tot nakoming van een wezenlijke verplichting en dat de omstandigheden geen aanleiding geven tot matiging. De werkelijk geleden schade is lager dan de boete, maar dit leidt niet tot een onaanvaardbaar resultaat.
De rechtbank veroordeelt gedaagde hoofdelijk tot betaling van €68.312,09, bestaande uit de boete, wettelijke rente en een gematigde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van eiser toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de contractuele boete van €59.950, vermeerderd met rente en incassokosten.