ECLI:NL:RBARN:2010:BL7282
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- L. van Gijn
- W.H.A.C.M. Bouwens
- G.H.W. Bodt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit eigen bijdrage Wmo wegens onjuiste wettelijke grondslag
Eiser betoogde dat toeslagen in de sociaal maatschappelijke sfeer niet in het fiscale verzamelinkomen mogen worden betrokken bij de vaststelling van de eigen bijdrage voor de Wmo, omdat dit leidt tot een hogere bijdrage en rechtsongelijkheid. De rechtbank oordeelde dat het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Bmo) en andere wettelijke voorschriften geen ruimte bieden voor een dergelijke correctie van het verzamelinkomen.
Verweerder had het verzamelinkomen gehanteerd zoals vastgesteld door de belastingdienst over het peiljaar 2006, wat niet werd betwist. Wel was verweerder uitgegaan van een oude versie van het Bmo, waardoor het besluit op bezwaar gegrond werd verklaard wegens onjuiste wettelijke grondslag.
De rechtbank onderzocht vervolgens of bij toepassing van de juiste wettelijke voorschriften het besluit anders zou zijn uitgevallen en concludeerde dat dit niet het geval was. Ook werd geoordeeld dat er geen sprake was van rechtsongelijkheid. Daarnaast werd vastgesteld dat de gemeenteraad de bevoegdheid tot het vaststellen van de eigen bijdrage niet had gedelegeerd aan burgemeester en wethouders, conform de gewijzigde Verordening per 1 januari 2009.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand. Tevens werd verweerder verplicht het griffierecht van €39 aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit over de eigen bijdrage Wmo wordt vernietigd wegens onjuiste wettelijke grondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.