ECLI:NL:RBSGR:2008:BF1605
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening tegen ongewenstverklaring
Verzoeker, sinds 1981 rechtmatig in Nederland verblijvend en in 2001 ongewenst verklaard, verzocht opheffing van deze ongewenstverklaring. Na afwijzing van dit verzoek en het maken van bezwaar, vroeg verzoeker een voorlopige voorziening om de rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring, waaronder de plicht Nederland te verlaten, te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de rechtsgevolgen van het besluit tot ongewenstverklaring niet geschorst kunnen worden zolang het besluit tot afwijzing van het verzoek tot opheffing niet in de procedure aan de orde is. Hierdoor ontbrak de vereiste materiële connexiteit tussen de voorlopige voorziening en het bestreden besluit in de hoofdzaak.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening om schorsing van de rechtsgevolgen van de ongewenstverklaring werd niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van materiële connexiteit.