ECLI:NL:RBARN:2010:BL8309
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoeker niet-ontvankelijk in verzet tegen rekening en verantwoording na vereffening Baan Company N.V.
Verzoeker, voormalig aandeelhouder van Baan Company N.V. in liquidatie, diende verzet in tegen de rekening en verantwoording en het plan van verdeling van de vennootschap. De rechtbank stelde vast dat de terinzagelegging van deze stukken correct was gepubliceerd vanaf 11 november 2009, waarna de verzetstermijn van twee maanden begon te lopen. Verzoeker diende zijn verzet tijdig in en was derhalve ontvankelijk.
Echter, inhoudelijk stelde verzoeker aanspraak te maken op beleggingsschade over de periode van 6 november 1999 tot 31 mei 2000, terwijl eerdere vorderingen over de periode tot 6 november 1999 reeds door de rechtbank en het gerechtshof waren afgewezen zonder cassatieberoep. De rechtbank oordeelde dat de huidige vordering niet was ingesteld en bovendien verjaard was op grond van artikel 3:310 BW Pro, aangezien verzoeker op 31 mei 2000 bekend was met zijn schade en de aansprakelijke partij.
De rechtbank verwierp het verweer dat de verjaring was gestuit door het overleggen van stukken in een eerdere procedure, omdat dit niet ziet op de huidige vordering. Gezien de verjaring kon verzoeker niet als schuldeiser worden aangemerkt en werd hij niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet tegen de rekening en verantwoording van Baan Company N.V.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzet wegens verjaring van zijn vordering.