ECLI:NL:GHARN:2010:BN4014
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen concept-uitdelingslijst wegens verjaring beleggingsschadevordering
Appellant, aandeelhouder in Baan Company N.V. in liquidatie, stelde verzet in tegen de concept-uitdelingslijst op grond van een vordering tot vergoeding van beleggingsschade. Deze vordering had betrekking op schade geleden tussen 6 november 1999 en 31 mei 2000. De rechtbank Arnhem verklaarde het verzet niet-ontvankelijk omdat appellant niet als schuldeiser kon worden aangemerkt, aangezien zijn vordering deels was afgewezen en deels was verjaard.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn vordering tijdig was ingesteld door het overleggen van stukken in een eerdere procedure en dat de verjaringstermijn pas aanving op 16 juni 2000. ING AM en Baan Company betoogden dat het verzet niet-ontvankelijk was wegens het verstrijken van de termijn van artikel 2:23b lid 5 BW en de verjaring van de vordering.
Het hof oordeelde dat appellant de verjaring niet tijdig had gestuit omdat de enige stuitingshandeling betrekking had op een eerdere periode en vordering die onherroepelijk was afgewezen. Er was geen nieuwe eis ingesteld binnen de verjaringstermijn. Daarom kon appellant niet als schuldeiser worden aangemerkt en was zijn verzet niet-ontvankelijk. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet van appellant niet-ontvankelijk wegens verjaring en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.