ECLI:NL:RBARN:2010:BL8546
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ontbreken bewijs stalgebrek bij paard bij koop
In deze civiele zaak stond centraal of het paard ten tijde van de koop in december 2006 reeds het stalgebrek weven vertoonde. Eiseres stelde dat het paard dit gebrek had bij de koop, wat een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst of dwaling zou betekenen.
De rechtbank heeft getuigen gehoord, waaronder deskundigen en betrokkenen die het paard regelmatig zagen. De verklaringen waren verdeeld: sommige getuigen zagen het weven al in december 2006, anderen ontkenden dit en gaven aan dat het gedrag pas later werd waargenomen. De rechtbank hechtte meer waarde aan de verklaringen van betrokkenen die intensiever met het paard waren omgegaan.
Omdat eiseres het bewijsrisico droeg en niet kon aantonen dat het paard het gebrek had bij de koop, werd de vordering afgewezen. Wel werden de kosten voor verzorging en stalling over een bepaalde periode toegewezen aan de wederpartij, aangezien partijen mede-eigenaar bleven.
De proceskosten werden verdeeld waarbij eiseres werd veroordeeld in de kosten van de wederpartij, en de eigen kosten van partijen werden gecompenseerd. Het vonnis werd gewezen door mr. S.C.P. Giesen en uitgesproken op 17 maart 2010.
Uitkomst: De vordering wordt afgewezen wegens ontbreken bewijs dat het paard bij de koop het stalgebrek weven had.