ECLI:NL:RBARN:2010:BL9343
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing loonvordering wegens onrechtmatig ontslag op staande voet
De werknemer trad op 1 april 2008 in dienst bij Kinderopvang Elst als operationeel manager, aanvankelijk voor bepaalde tijd en vanaf 1 augustus 2009 voor onbepaalde tijd. Op 2 februari 2010 werd zij op staande voet ontslagen wegens vermeende ernstige tekortkomingen in haar functioneren, waaronder wijzigingen zonder overleg, het achterhouden van informatie en nalatigheid.
De werknemer betwistte het ontslag en vorderde loonbetaling vanaf de ontslagdatum. De werkgever stelde dat er sprake was van dringende redenen conform artikel 7:678 BW Pro, onderbouwd met zeven specifieke bevindingen. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de werkgever deze bevindingen onvoldoende had onderbouwd en dat deze niet van dien aard waren dat een ontslag op staande voet gerechtvaardigd was.
Gezien het ontbreken van objectieve dringende redenen werd het ontslag voorlopig niet erkend en werd de werkgever veroordeeld tot betaling van het loon vanaf 2 februari 2010, inclusief wettelijke verhoging wegens vertraging en rente. Tevens werd de werkgever veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Kinderopvang Elst wordt veroordeeld tot betaling van loon vanaf 2 februari 2010 wegens onrechtmatig ontslag op staande voet.