ECLI:NL:RBARN:2010:BL9934
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H.W. Bodt
- D.J. Post
- J.H.A. van der Grinten
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing weigering handhaving luchtvaartverordening op route Amsterdam-Paramaribo
De Vereniging van Reizigers (VVR) verzocht de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) om handhavend op te treden tegen KLM en SLM wegens vermeende overtredingen van de Verordening (EG) nr. 261/2004 op de vliegroute Amsterdam-Paramaribo-Amsterdam. De IVW weigerde dit, omdat geen structurele schendingen waren vastgesteld. De rechtbank stelde vast dat de Verordening niet van toepassing was op een vlucht uitgevoerd door SLM, aangezien SLM geen communautaire luchtvaartmaatschappij is. Voor andere klachten over vertragingen en verzorgingsplicht stelde de rechtbank vast dat SLM aan haar verplichtingen had voldaan door vouchers, vergoedingen en overnachtingen aan te bieden.
De rechtbank oordeelde dat de VVR onvoldoende concrete feiten en schriftelijke verklaringen had overgelegd om schendingen aan te tonen. Ook werd geoordeeld dat de hoorzitting correct was verlopen en het verslag tijdig was toegezonden. De rechtbank bevestigde dat de IVW de klachten serieus had onderzocht en controles had geïntensiveerd. Gelet op het onderzoek en de geboden compensaties was het besluit van de IVW om niet handhavend op te treden redelijk.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De uitspraak bevestigt dat de Verordening (EG) nr. 261/2004 niet van toepassing is op vluchten uitgevoerd door niet-communautaire luchtvaartmaatschappijen en dat de handhaving van passagiersrechten zorgvuldig moet worden onderbouwd met concrete feiten en bewijs.
Uitkomst: Het beroep van de Vereniging van Reizigers wordt ongegrond verklaard en het besluit van de Inspectie Verkeer en Waterstaat bekrachtigd.