ECLI:NL:RVS:2010:BO7326
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- C.H.M. van Altena
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving tegen KLM en SLM wegens niet-structuele overtreding Verordening 261/2004
De Vereniging Van Reizigers (VVR) had bezwaar gemaakt tegen de weigering van de Inspectie Verkeer en Waterstaat om handhavend op te treden tegen KLM en SLM op de vliegroute Amsterdam-Paramaribo-Amsterdam wegens vermeende overtredingen van Verordening (EG) nr. 261/2004 inzake passagiersrechten bij vluchtvertragingen.
Na eerdere procedures en nader onderzoek verklaarde de staatssecretaris het bezwaar van de VVR opnieuw ongegrond. De rechtbank Arnhem bevestigde deze beslissing, waarna de VVR hoger beroep instelde bij de Raad van State. De VVR stelde dat de Verordening wel van toepassing was en dat de staatssecretaris niet zorgvuldig had gehandeld, onder meer door KLM en SLM niet uit te nodigen voor een hoorzitting.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht geen aanleiding had gezien om KLM en SLM uit te nodigen, dat de Verordening niet van toepassing is op vluchten uitgevoerd door SLM omdat deze geen communautaire luchtvaartmaatschappij is, en dat de VVR onvoldoende concrete feiten had aangevoerd om schendingen van de informatieplicht aan te tonen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de VVR wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.