ECLI:NL:RBARN:2010:BM1073
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag onroerende-zaakbelasting wegens gebruik voor verzorgingshuisgrond
Eiseres, gebruiker van een verzorgings-/bejaardentehuis, maakte bezwaar tegen de vastgestelde heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelasting (OZB) wegens gebruik over het perceel met een totale waarde van € 3.094.000. Verweerder had de waarde na bezwaar verlaagd tot € 1.698.000 en de heffingsmaatstaf vastgesteld op € 1.191.000, waarbij een deel van de grondwaarde buiten aanmerking werd gelaten.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de waarde van de projectiegrond en de restgrond geheel of gedeeltelijk buiten de heffingsmaatstaf moesten blijven op grond van artikel 220e van de Gemeentewet. Eiseres stelde dat de grond naar rato van de opstalwaarde moest worden toegerekend, waardoor de onroerende zaak in hoofdzaak tot woning zou dienen en de aanslag zou moeten vervallen.
De rechtbank oordeelde dat de projectiegrond nauw samenhangt met de opstal en daarom naar verhouding van de opstalwaarde moet worden toegerekend. De restgrond, ingericht als tuin/park en hoofdzakelijk dienstbaar aan woondoeleinden, moest eveneens buiten de heffingsmaatstaf blijven. Omdat niet aan de zwaardere eis van artikel 220a werd voldaan, was geen sprake van een onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dient. De aanslag werd daarom verminderd tot een heffingsmaatstaf van € 333.000.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en veroordeelde verweerder in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door drie rechters en griffier op 21 januari 2010.
Uitkomst: De aanslag OZB wegens gebruik wordt verminderd tot een heffingsmaatstaf van € 333.000.