ECLI:NL:GHARN:2009:BI2194
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.B.H. Röben
- M.A. Kooijmans
- J. Van de Merwe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardeverdeling projectiegrond en omliggende grond bij OZB verzorgingstehuis
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de waardeverdeling van een verzorgingstehuis en de bijbehorende grond centraal voor de onroerendezaakbelasting (OZB) gebruiker. De Ambtenaar van de gemeente Epe had een aanslag opgelegd en deze deels verminderd, maar stelde hoger beroep in tegen de verdere vermindering door de Rechtbank. Het geschil betrof de vraag welk deel van de grond als dienstbaar aan woondoeleinden moet worden aangemerkt.
Het hof oordeelde dat de waarde van de projectiegrond nauw samenhangt met de opstal en daarom niet afzonderlijk mag worden beschouwd, maar moet worden toegedeeld naar de verhouding van de opstal. De omliggende grond en restgrond worden wel als zelfstandige delen beschouwd omdat hun zelfstandigheid niet verloren is gegaan. Het hof vond aannemelijk dat deze grond hoofdzakelijk dienstbaar is aan woondoeleinden, mede gelet op het gebruik door bewoners.
De waarde van het woongedeelte inclusief de naar rato toegerekende grond werd vastgesteld op 74% van de totale waarde, hetgeen resulteert in een aanslagvermindering tot € 422,03. Het hoger beroep van de Ambtenaar werd verworpen en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd met verbeterde gronden. Tevens werden proceskosten aan de Ambtenaar opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof Arnhem bevestigt de uitspraak van de Rechtbank en wijst het hoger beroep van de Ambtenaar af.