ECLI:NL:RBARN:2010:BM1637
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.I. van Amsterdam
- J.J. Catsburg
- M.J.A. Castelijn
- Rechtspraak.nl
Begrip verbondenheid in vennootschapsbelasting bij financieel belang van een derde
Eiseres, een vennootschap die samen met dochtermaatschappijen een fiscale eenheid vormt, betwistte de weigering van renteaftrek door de Belastingdienst op grond van artikel 15ad van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Verweerder stelde dat eiseres en [E] NV verbonden lichamen zijn vanwege een financieel belang van ten minste een derde, terwijl eiseres aanvoerde dat stemrecht doorslaggevend is voor verbondenheid.
De rechtbank analyseerde de parlementaire geschiedenis en het wettelijke kader van artikel 10a en 15ad Wet Vpb. Uit de wetshistorie blijkt dat het begrip verbondenheid is verruimd van enkel nominale aandelenbezit naar ook het belang in het geplaatste kapitaal en indirecte belangen. De rechtbank concludeert dat een financieel belang van een derde altijd voldoende is voor verbondenheid, ongeacht het stemrecht.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, stelde de belastbare winst vast op € 372.454, en bepaalde dat verweerder de heffingsrente dienovereenkomstig moet verminderen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiseres. De uitspraak benadrukt het anti-misbruikkarakter van de wetgeving en bevestigt dat verbondenheid primair financiële verbondenheid betreft.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat een financieel belang van een derde leidt tot verbondenheid en vermindert de aanslag vennootschapsbelasting tot € 372.454.