ECLI:NL:RBARN:2010:BM1923
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid beroep tegen naheffingsaanslagen loonbelasting en vergrijpboeten afgewezen wegens termijnoverschrijding
Verweerder legde aan eiseres naheffingsaanslagen loonbelasting/premie volksverzekeringen en vergrijpboeten op over de jaren 1997 tot en met 2000. Eiseres maakte bezwaar tegen deze aanslagen, waarop verweerder op 23 mei 2005 uitspraak deed. Eiseres stelde dat zij de uitspraken pas in het najaar van 2006 had ontvangen en diende daarom te laat beroep in bij de rechtbank Arnhem.
De rechtbank onderzocht de ontvankelijkheid van het beroep en concludeerde dat eiseres de uitspraken op bezwaar reeds op of vóór 23 mei 2005 had ontvangen. Dit blijkt uit correspondentie en gedragingen van eiseres in de periode daarna, waaronder brieven en gesprekken met verweerder. De stelling van eiseres dat zij de uitspraken pas in 2006 ontving, werd niet geloofd.
De rechtbank oordeelde dat het beroepschrift dat op 7 december 2006 werd ontvangen, te laat was ingediend, aangezien de beroepstermijn zes weken bedroeg en op 4 juli 2005 was verstreken. Ook het argument van eiseres dat latere wetswijzigingen of het feit dat andere ondernemingen geen loonbelasting afdroegen, de termijnoverschrijding zouden kunnen vergoelijken, werd verworpen. Er waren geen omstandigheden die de termijnoverschrijding verschoonbaar maakten.
Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk en kwam zij niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van de geschilpunten. Proceskosten werden niet toegewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: De beroepen van eiseres tegen de naheffingsaanslagen en vergrijpboeten worden niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.