ECLI:NL:RBARN:2010:BM5513
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging informatieverplichting bij lijfsdwang
De Ontvanger vorderde in kort geding dat de informatieverplichting van gedaagde, opgelegd in een eerder vonnis van de rechtbank Zutphen, uitvoerbaar bij lijfsdwang zou worden verklaard. Gedaagde was veroordeeld tot het verstrekken van gegevens omtrent een wederrechtelijk verkregen voordeel van ruim € 1,5 miljoen. De Ontvanger stelde dat gedaagde niet aan deze verplichting voldeed en dat lijfsdwang noodzakelijk was om nakoming af te dwingen.
Gedaagde voerde aan dat hij zich voldoende inspant, maar momenteel niet in staat is om aan de informatieverplichting te voldoen, mede doordat de relevante administratie is opgeslagen in verhuisdozen bij een externe firma en hij nog bezig is met het doorzoeken daarvan. De rechtbank constateerde dat het onduidelijk is of gedaagde redelijkerwijs in staat is om aan de verplichting te voldoen en dat er onvoldoende grond is om lijfsdwang toe te passen.
De rechtbank nam mee dat lijfsdwang een ultimum remedium is en dat gedaagde in hoger beroep is tegen het ontnemingsvonnis, waardoor het wederrechtelijk verkregen voordeel nog niet onherroepelijk vaststaat. Ook is onvoldoende vastgesteld wat de inhoud is van de administratie bij de firma Dusseldorp en of daarin de benodigde informatie aanwezig is.
Gelet op deze omstandigheden wees de rechtbank de vordering af en veroordeelde de Ontvanger in de proceskosten. Hiermee werd de informatieverplichting niet uitvoerbaar bij lijfsdwang verklaard.
Uitkomst: De vordering tot tenuitvoerlegging van de informatieverplichting bij lijfsdwang wordt afgewezen.