ECLI:NL:RBARN:2010:BM8274
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onmisbaarheid ontwerper en waardering verloren kans bij overname onderneming
De rechtbank Arnhem heeft in deze civiele zaak geoordeeld dat de curator niet heeft bewezen dat de blijvende betrokkenheid van de ontwerper onmisbaar was voor een verantwoorde voortzetting van de onderneming van de gefailleerde vennootschap. Diverse getuigenverklaringen, waaronder die van de ontwerper zelf en zijn broer, wezen niet overtuigend op onmisbaarheid. Ook de directeur van IAH verklaarde dat ontwerpen mede door anderen werden gemaakt en dat relaties met vertegenwoordigers en leveranciers ook door anderen onderhouden konden worden.
De rechtbank concludeerde dat niet kan worden uitgesloten dat IAH een kans had op aankoop en voortzetting van de onderneming, welke kans haar door onrechtmatig handelen van de curator is ontnomen. Hierdoor is het causaal verband tussen de onrechtmatige daad en de kans op schade gegeven, en heeft IAH recht op vergoeding van het verlies van die kans.
Een deskundigenrapport werd opgesteld om de omvang van de waarde van de verloren kans te bepalen, waarbij de deskundige uitging van vrije kasstromen over de periode vóór brand en faillissement, met een korting van 25% voor nadelige gevolgen. De rechtbank plaatste echter vraagtekens bij enkele uitgangspunten van het rapport, zoals de beperkte periode van tien jaar, de gehanteerde korting en het ontbreken van gegevens over 2001 en 2002.
Daarom werd de deskundige verzocht zijn rapport nader toe te lichten tijdens een zitting, waarna eventueel een comparitie van partijen kan plaatsvinden. De rechtbank hield iedere verdere beslissing aan en bepaalde dat de kosten van de nadere toelichting voorlopig ten laste van IAH komen.
Het vonnis werd uitgesproken door mr. D.T. Boks op 19 mei 2010.
Uitkomst: Curator slaagt er niet in onmisbaarheid ontwerper te bewijzen, IAH heeft recht op vergoeding van verloren kans; deskundige moet rapport nader toelichten.