ECLI:NL:RBARN:2010:BM8605
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.C.G. Okhuizen
- A.M.F. Geerling
- H.W. Wiersema-Groenveld
- Rechtspraak.nl
Onzakelijke garantstelling en afwijzing herinvesteringsreserve in vennootschapsbelasting 2004
Eiseres, een aannemingsbedrijf, had in 2004 een vordering op [I] B.V. en had zich borg gesteld voor een lening van € 880.000 zonder vergoeding. Verweerder stelde dat deze borgstelling onzakelijk was en dat de afwaardering van de regresvordering niet aftrekbaar was. Tevens was er discussie over de vorming van een herinvesteringsreserve (HIR) na verkoop van roerende zaken.
De rechtbank oordeelde dat de borgstelling onzakelijk was omdat de aandelen in [I] B.V. voor € 1 waren gekocht en geen vergoeding voor de borgstelling was ontvangen. Hierdoor kon de afwaardering niet ten laste van de winst worden gebracht. Ook de na aankoop verstrekte gelden aan [I] B.V. waren niet zakelijk.
Wat betreft de HIR stelde eiseres dat zij een vervangingsvoornemen had, maar de rechtbank vond dat zij dit niet aannemelijk had gemaakt. Het feit dat eiseres de activa bleef gebruiken en geen concrete plannen tot herinvestering had, maakte de vorming van de HIR niet gerechtvaardigd.
Het beroep tegen de aanslag en de boete werd daarom ongegrond verklaard. De rechtbank legde geen proceskostenveroordeling op. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag vennootschapsbelasting 2004 wordt ongegrond verklaard wegens onzakelijke borgstelling en ontbreken van een concreet vervangingsvoornemen.