ECLI:NL:RBARN:2010:BM9311
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding na vertraging operatieve behandeling pseudoarthrose en beencorrectie
De zaak betreft een geschil tussen eiser en Stichting Ziekenhuis Rijnstate over de vraag of en in welke mate eiser schade heeft geleden door het te lang uitstellen van een operatieve sanering van pseudoarthrose en correctie van de beenstand. De rechtbank verwijst naar eerdere vonnissen en rapporten en constateert dat het delay van drie dagen bij de diagnose van een burstfractuur geen invloed had op het behandelingsresultaat, maar wel tot beperkingen en verminderde arbeidsmogelijkheden heeft geleid.
De rechtbank bespreekt uitvoerig de arbeidsdeskundige rapporten over het verlies van arbeidsvermogen, waarbij rekening wordt gehouden met verschillende scenario's met en zonder delay. Het blijkt dat eiser niet langer geschikt is voor zijn oorspronkelijke chauffeurswerk, maar mogelijk wel voor minder belastende functies. De rechtbank erkent dat het delay heeft geleid tot een verminderde verdiencapaciteit en een grotere kans op werkloosheid.
Verder wordt ingegaan op de behoefte aan huishoudelijke hulp, zelfwerkzaamheid, medische kosten en andere materiële schadeposten. De rechtbank wijst enkele vorderingen af, zoals autokosten en no-claim schade, maar wijst het smartengeld toe. Voor een nauwkeurige berekening van de schade wordt een deskundigenbericht gelast, waarbij ook rekening wordt gehouden met reeds betaalde voorschotten en toekomstige kosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering toe en gelast een deskundigenbericht voor actuariële schadeberekening, met aanhouding van verdere beslissingen.