ECLI:NL:RBARN:2010:BN1661
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Declaratiegeschil over betaling en rente tussen advocaat en cliënt
De zaak betreft een geschil tussen een advocatenkantoor en haar cliënt over onbetaalde declaraties en de toepasselijkheid van vertragingsrente. De cliënt had de advocaat opdracht gegeven hem te vertegenwoordigen in een arbeidsgeschil, waarbij algemene voorwaarden met een renteclausule van 2% per maand waren overeengekomen.
De cliënt betaalde declaraties traag en in niet-overeenkomende bedragen, waarna het advocatenkantoor betaling en rente vorderde. De cliënt stelde onder meer dat de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend waren en dat de advocaat niet had gewezen op gefinancierde rechtshulp. De rechtbank oordeelde dat de advocaat voldoende had gewezen op de mogelijkheden van gefinancierde rechtshulp en dat de renteclausule niet onredelijk was, maar matigde het rentepercentage tot 1% per maand.
Verder werd geoordeeld dat verrekening van declaraties met ontvangen derdengelden toegestaan was en dat de buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar waren. De rechtbank verklaarde zich echter onbevoegd over een deel van de betwiste declaraties, verwijzend naar de Raad van Toezicht. De vordering van de cliënt werd deels toegewezen, deels afgewezen, en de proceskosten werden aan de cliënt opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank matigde de rente tot 1% per maand, wees een deel van de vordering toe en verklaarde zich onbevoegd over betwiste uren.