ECLI:NL:RBARN:2010:BN2186
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV over WIA- en WAO-uitkeringen wegens niet tijdig beslissen en toekenning schadevergoeding
Eiseres diende op 26 juni 2007 een aanvraag in voor een WIA- dan wel WAO-uitkering bij het UWV. Na het uitblijven van tijdige besluiten op haar bezwaren tegen afwijzingen, stelde zij meerdere beroepen in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelde dat een brief van eiseres van 9 september 2009 als ingebrekestelling kon worden aangemerkt, waardoor zij tijdig beroep kon instellen.
De rechtbank verklaarde diverse beroepen gegrond en vernietigde besluiten van het UWV, onder meer omdat het UWV niet tijdig had beslist en omdat het materiële geschil over de eerste arbeidsongeschiktheidsdag onvoldoende was onderzocht. Tevens werd vastgesteld dat het bezwaar tegen niet tijdig beslissen niet meer mede gericht kon zijn tegen het primaire besluit sinds 1 oktober 2009.
Daarnaast werd vastgesteld dat het UWV een dwangsom van €120 verschuldigd was wegens niet tijdig beslissen over een aanvraagperiode van zes dagen. De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten aan eiseres en tot vergoeding van het griffierecht. Voorts kende de rechtbank een immateriële schadevergoeding van €1.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro.
De rechtbank bepaalde dat het UWV nieuwe besluiten moet nemen met inachtneming van deze uitspraak en dat ingediende bezwaren die ten onrechte niet in behandeling waren genomen, alsnog behandeld moeten worden. Het vonnis werd uitgesproken door rechter D.J. Post op 6 juli 2010.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt besluiten van het UWV wegens niet tijdig beslissen, veroordeelt het UWV tot proceskostenvergoeding en kent een immateriële schadevergoeding van €1.000 toe.