ECLI:NL:RBARN:2010:BN2483
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens onvoldoende bewijs gebruik perceel voor aannemingsbedrijf
Eiser vorderde onder meer een verbod op het gebruik van het perceel voor een aannemingsbedrijf, verwijdering van bouwmaterialen, en afbraak van bouwwerken, gebaseerd op de stelling dat gedaagde het perceel daarvoor gebruikt. De rechtbank oordeelde dat eiser niet is geslaagd in het bewijs dat gedaagde het aannemingsbedrijf op het perceel uitoefent.
De rechtbank baseerde dit oordeel op getuigenverklaringen, waarnemingen ter plaatse en een bevestiging van de gemeente dat overtredingen waren beëindigd. Verkeersbewegingen die eiser aanvoerde, konden niet worden toegeschreven aan aannemingsactiviteiten. Ook de locatie van het statutaire adres van het bedrijf op reclame-uitingen werd niet als bewijs gezien voor daadwerkelijke bedrijfsuitoefening op het perceel.
Daarnaast wees de rechtbank vorderingen af die betrekking hadden op verkeersbewegingen in strijd met de milieuvergunning en een schadevergoeding wegens overlast en waardedaling, omdat onvoldoende bewijs werd geleverd en de schade onvoldoende was toegelicht.
De rechtbank veroordeelde eiser tot proceskosten en bepaalde dat het conservatoire beslag dat eiser had gelegd, binnen een week na betekening van het vonnis moest worden opgeheven. Het vonnis werd gewezen door mr. F.J. de Vries en op 7 juli 2010 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Alle vorderingen van eiser worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het gebruik van het perceel voor een aannemingsbedrijf.