ECLI:NL:RBARN:2010:BN3090
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding bij ambtshalve vermindering aanslag inkomstenbelasting 2006
Eiseres kreeg voor het jaar 2006 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd met een verzuimboete en heffingsrente. Na bezwaar handhaafde verweerder de aanslag en heffingsrente, maar vernietigde de boetebeschikking. Eiseres stelde beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de procedure bleek dat de aanslag ambtshalve was verminderd op basis van de door eiseres ingediende aangifte, waarbij het belastbare inkomen en heffingskortingen werden aangepast en de heffingsrente werd verlaagd. De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond was omdat de aanslag en heffingsrente ambtshalve waren verminderd, wat een reden is voor een proceskostenvergoeding.
De rechtbank overwoog dat verweerder door een fout ten onrechte een verzuimboete had opgelegd en dat de aanslag was vastgesteld voordat de termijn voor het indienen van de aangifte was verstreken, waardoor de aanslag en heffingsrente niet juist konden zijn vastgesteld. Daarom was een hogere proceskostenvergoeding dan de forfaitaire vergoeding op zijn plaats.
De rechtbank begrootte de proceskostenvergoeding op € 800, bestaande uit € 300 voor de behandeling van het bezwaar en € 500 voor de behandeling van het beroep. De uitspraak vernietigt de uitspraak op bezwaar, handhaaft de ambtshalve vermindering van de aanslag en heffingsrente, en veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, aanslag ambtshalve verminderd en proceskostenvergoeding van € 800 toegekend.