ECLI:NL:RBARN:2010:BN3093
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen fictieve weigering beslissing op bezwaar tegen navorderingsaanslag inkomstenbelasting
Eiser maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2002 met een belastbaar inkomen van € 6.806.159 en heffingsrente van € 629.460. Verweerder stelde niet tijdig op het bezwaar te hebben beslist, mede vanwege een lopend strafrechtelijk onderzoek. Eiser stelde dat hij niet had ingestemd met opschorting van de beslistermijn. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat eiser instemde met uitstel voor het doen van uitspraak op bezwaar.
De rechtbank constateerde dat de beslistermijn van zes weken na ontvangst van het bezwaar op 23 januari 2008 was overschreden en dat ook na instemming van eiser met uitstel van zes maanden de uitspraak uitbleef. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen uiterlijk 1 oktober 2010 uitspraak te doen, met een dwangsom van € 100 per dag tot een maximum van € 15.000 bij overschrijding.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 161 en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht van € 39. De rechtbank heropende het onderzoek meerdere malen en stelde partijen in de gelegenheid schriftelijk te reageren en toestemming te geven voor uitspraak zonder nadere zitting.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt gelast uiterlijk 1 oktober 2010 uitspraak te doen op het bezwaar onder oplegging van een dwangsom.