ECLI:NL:RBARN:2010:BN5561
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot openlegging van stukken in vennootschapsrechtelijke ontvlechting en betaling restant koopsom
Eiser was eigenaar van een boerderij en was betrokken bij een vennootschappelijke samenwerking met betrokkene1. Na financiële problemen werd een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij aandelen werden verkocht en verrekeningen plaatsvonden. Eiser vordert betaling van een restant van €145.539,74 en openlegging van diverse stukken die betrekking hebben op de ontvlechting van vennootschappelijke banden.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van een gemeenschap als bedoeld in artikel 3:166 BW Pro, waardoor de vordering op grond van artikel 3:15j BW wordt afgewezen. Wel wordt de vordering tot openlegging van bepaalde stukken (statuten, aandeelhoudersregister en jaarcijfers van ged.1) toegewezen omdat eiser deze nodig heeft om het verweer van gedaagden te beoordelen.
Voor de overige gevorderde stukken ontbreekt een wettelijke verplichting tot bewaren of maken, zodat die vordering wordt afgewezen. De rechtbank beveelt dat de stukken bij de rechtbank worden gedeponeerd en dat partijen zich hierover verder zullen uitlaten. De verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot openlegging van bepaalde stukken toe en houdt de verdere beslissing aan.