ECLI:NL:RBARN:2010:BN6677

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
3 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
204823
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na eindbeslissing rechtbank

In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. [rechter] nadat deze rechter op 26 juli 2010 een eindvonnis had gewezen in een kort gedingprocedure. Verzoeker stelde dat de rechter niet onpartijdig had geoordeeld, mede omdat deze kennis had genomen van kritiek die verzoeker via e-mail had geuit. Tevens vorderde verzoeker nietigverklaring van het vonnis.

De wrakingskamer overwoog dat de wet niet voorziet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken van een rechter nadat deze een einduitspraak heeft gedaan, zoals bevestigd door de Hoge Raad in 1998. Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek. Omdat dit direct duidelijk was, werd afgezien van een mondelinge behandeling.

Verder oordeelde de wrakingskamer dat zij niet bevoegd is om een vonnis nietig te verklaren. De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot nietigverklaring. De beschikking werd op 3 september 2010 in het openbaar uitgesproken door de drie rechters.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek en het verzoek tot nietigverklaring is onbevoegd verklaard.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ARNHEM
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: 204823 / HA RK 10-176
Beschikking van 3 september 2010
inzake
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker tot wraking,
en
[de rechter],
in zijn hoedanigheid van voorzieningenrechter in de zaak tussen [betrokkene 1] en [betrokkene 2], als eiseressen, en verzoeker, als gedaagde (zaaknummer/rolnummer: 201972 / KG ZA 10-413).
1. De procedure
Het verloop van de wrakingsprocedure blijkt uit
- het verzoekschrift van 24 augustus 2010, ingekomen bij de rechtbank op 25 augustus 2010, waarin het wrakingsverzoek is neergelegd.
De uitspraak op het wrakingsverzoek is bepaald op heden. Hieronder staan de overwegingen waarop de uitspraak stoelt.
2. De feiten
Mr. [rechter] heeft op 26 juli 2010 in de kort gedingprocedure tussen [verzoeker 1] en [betrokkene 2], als eiseressen, en verzoeker, als gedaagde, vonnis gewezen.
3. Het verzoek
Verzoeker wraakt mr. [rechter] omdat, zo begrijpt de wrakingskamer, hij van mening is dat mr. [rechter] niet op onpartijdige wijze heeft geoordeeld. Verzoeker stelt dat mr. [rechter], alvorens vonnis te wijzen, heeft kennis genomen van de kritiek die verzoeker op hem heeft geuit in zijn
e-mail van 9 juni 2010 aan eiseressen. Verzoeker betoogt voorts dat het vonnis van mr. [rechter] nietig moet worden verklaard.
4. De motivering van de beslissing
4.1. Het verzoek strekt tot wraking van mr. [rechter] ter zake van een procedure die is geëindigd met een door hem op 26 juli 2010 gewezen vonnis.
4.2. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het geven van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechter die deze uitspraak heeft gedaan (Hoge Raad 18 december 1998, NJ 1999, 271). Verzoeker is om die reden niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.
4.3. Nu aanstonds duidelijk is dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek, zal worden afgezien van een mondelinge behandeling van het verzoek.
4.4. Tot de bevoegdheid van een wrakingskamer behoort niet het nietig verklaren van een vonnis.
5. De beslissing
De rechtbank
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking,
verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek tot nietigverklaring van het vonnis.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.D.A. den Tonkelaar, P.A. Huidekoper en M.M. Vanhommerig, en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2010.
de griffier de voorzitter
coll.: JO