ECLI:NL:RBARN:2010:BN8190
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- G.H.W. Bodt
- J.H.A. van der Grinten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag nieuwe wo-masteropleiding Fiscaal Recht wegens ontbreken erkende behoefte
De zaak betreft een beroep van het College van bestuur van de Radboud Universiteit Nijmegen tegen het besluit van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap om het voornemen tot het verzorgen van een nieuwe wo-masteropleiding Fiscaal Recht in Nijmegen niet goed te keuren. De minister had het primaire besluit van 4 augustus 2009 genomen en dit bij het bestreden besluit gehandhaafd, waarbij het bezwaar van eiser ongegrond werd verklaard.
De kern van het geschil is of het voornemen voldoet aan het criterium dat de opleiding aantoonbaar bijdraagt aan een door de Rijksoverheid erkende behoefte, zoals vereist in artikel 2.1, onder b, van de Beleidsregel doelmatigheid hoger onderwijs. Eiser stelde dat uit diverse rapporten en beleidsdocumenten blijkt dat er een krappe arbeidsmarkt is voor fiscalisten en dat de Rijksoverheid deze behoefte erkent. Verweerder vond dat eiser onvoldoende onderbouwing had geleverd, met name het ontbreken van beleidsdocumenten die de erkenning van de behoefte aantonen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de opleiding voldoet aan het criterium van een door de Rijksoverheid erkende behoefte. De overgelegde SEO-rapporten en het actieplan boden onvoldoende inzicht in de maatschappelijke wenselijkheid en effecten van de nieuwe opleiding op het totale aanbod. Ook het betoog van eiser dat verweerder de aanvraag onterecht niet buiten behandeling had gelaten, werd verworpen omdat het ging om een onvoldoende onderbouwing en niet om een onvolledige aanvraag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het voornemen tot een nieuwe opleiding Fiscaal Recht wordt ongegrond verklaard.