ECLI:NL:RBARN:2010:BO1914
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag wegens ontbreken rechtmatig verblijf in Nederland
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een langdurigheidstoeslag over de jaren 2004 tot 2007, welke door het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen is afgewezen op grond van het ontbreken van rechtmatig verblijf in Nederland volgens artikel 11, tweede lid, van de Wet werk en bijstand (Wwb).
De rechtbank stelt vast dat eiser pas vanaf 15 juni 2007 een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd heeft verkregen en dat hij daarvoor geen rechtmatig verblijf had. Verweerder heeft eiser vanaf die datum reeds een langdurigheidstoeslag toegekend voor de jaren 2007, 2008 en 2009.
De rechtbank oordeelt dat de langdurigheidstoeslag onder de reikwijdte van artikel 11, tweede lid, van de Wwb valt, waardoor het ontbreken van rechtmatig verblijf een belemmering vormt voor het recht op deze toeslag. Het beroep van eiser wordt daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast is het horen van eiser achterwege gelaten omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was, wat de rechtbank rechtvaardigt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat vergelijkbare gevallen gelijk zijn behandeld.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag langdurigheidstoeslag is terecht afgewezen wegens ontbreken rechtmatig verblijf in Nederland.