ECLI:NL:RBARN:2010:BO2133
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verschoningsrecht notaris bij geschil over aandelenovereenkomst
In deze civiele procedure staat het beroep van een notaris op zijn verschoningsrecht centraal. De notaris werd als getuige gehoord en weigerde drie specifieke vragen te beantwoorden, omdat hij meende dat het beantwoorden zou leiden tot schending van zijn geheimhoudingsplicht.
De rechtbank overwoog dat het verschoningsrecht van een notaris geldt voor alles wat hem als notaris is toevertrouwd. Echter, als partijen onder leiding van de notaris tot overeenstemming zijn gekomen, moet de notaris hierover wel getuigen. In deze zaak is vastgesteld dat de oorspronkelijke overeenkomst van 6 november 2008 buiten aanwezigheid van de notaris tot stand is gekomen en dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat de wijziging in die overeenkomst op 7 november 2008 onder leiding van de notaris heeft plaatsgevonden.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de notaris terecht een beroep doet op zijn verschoningsrecht voor de drie vragen, omdat het beantwoorden ervan zou kunnen leiden tot onthulling van vertrouwelijke informatie. De rechtbank verwees de zaak naar een volgende rolzitting voor verdere procedurele stappen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep van de notaris op het verschoningsrecht toe en verplicht hem niet de vragen te beantwoorden.