ECLI:NL:RBARN:2010:BO3315
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gemeente niet aansprakelijk voor bodemverontreiniging door stortingen met toestemming voormalige eigenaar
De gemeente heeft tussen circa 1980 en 1984 op een perceel grond stortingen verricht van puin, bouw- en sloopafval met toestemming van de toenmalige eigenaar, met als doel functionele ophoging van het terrein. Latere eigenaren stelden dat deze stortingen onrechtmatig waren en leidden tot bodemverontreiniging, waardoor zij schade zouden hebben geleden.
De rechtbank onderzocht de feiten aan de hand van getuigenverklaringen en milieuonderzoeken. Er is vastgesteld dat de stortingen plaatsvonden met instemming van de toenmalige eigenaar en dat het materiaal vooral bestond uit slotenveegsel, bermenmaaisel en bouwpuin. Er is onvoldoende bewijs dat de gemeente huisvuil heeft gestort. De stortingen hebben aanvankelijk geleid tot een waardevermeerdering van het perceel.
Juridisch oordeelde de rechtbank dat de gemeente niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens de latere eigenaren. De stortingen waren toegestaan en er waren geen bijzondere bijkomende omstandigheden die aansprakelijkheid zouden rechtvaardigen. Ook het beroep op het bestemmingsplan en de Wet Milieubeheer faalde, mede omdat de relevante bepalingen niet van toepassing waren ten tijde van de stortingen. De vorderingen van de eisers werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en veroordeelt eisers in de proceskosten.