ECLI:NL:RBARN:2010:BO4255
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.I. van Amsterdam
- L.B.M. Klein Tank
- M.C.G.J. van Well
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Arnhem oordeelt over winstneming winstrechtuitkeringen en waardering stille reserves in vennootschapsbelasting
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of winstrechtuitkeringen die een BV aan haar oprichters/aandeelhouders toekent, ten laste van de winst mogen worden gebracht en of de waarde van het winstrecht in mindering moet worden gebracht op de boekwaarde van de verkregen stille reserves. De BV was opgericht door een echtpaar dat haar agrarische onderneming in maatschap bracht, waarbij 95% van de stille reserves overging naar de BV. De inspecteur corrigeerde de winst door de waarde van het winstrechtverplichting bij de winst te rekenen en de kapitaalverschillen te corrigeren.
De rechtbank stelt vast dat de winstrechtuitkeringen als winstuitkeringen aan aandeelhouders moeten worden aangemerkt en derhalve niet ten laste van de winst mogen komen op grond van artikel 9.1.c Wet Vpb. Ook wijst de rechtbank de door de inspecteur voorgestelde correctie waarbij de waarde van het winstrecht in mindering wordt gebracht op de boekwaarde van de stille reserves af, omdat dit leidt tot een onjuiste winstneming. De rechtbank volgt hierbij latere jurisprudentie over informele kapitaalstortingen en benadrukt dat alleen voordelen uit onderneming belast mogen worden.
Verder worden correcties op de winst over de jaren 2000, 2002 en 2004 grotendeels geaccepteerd door de rechtbank, terwijl het beroep over 2001 ongegrond wordt verklaard. De rechtbank vernietigt de uitspraken op bezwaar over de jaren 1999, 2000, 2002 en 2004, vermindert de aanslagen en stelt de verliezen vast. Tot slot veroordeelt de rechtbank de inspecteur in de proceskosten en gelast vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de aanslagen over 1999, 2000, 2002 en 2004, vermindert deze en stelt de verliezen vast conform de door eiseres verdedigde standpunten.