ECLI:NL:RBARN:2010:BO6162
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding wegens ontbreken woonplaats eisers verworpen, herstel bevolen
In deze civiele procedure stelde de gedaagde dat de dagvaarding nietig was omdat de woonplaats van eisers niet was vermeld, wat volgens hem het verhaal van proceskosten bemoeilijkte. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van de woonplaats niet leidde tot onredelijke benadeling van de gedaagde, aangezien deze wist wie eisers waren en wat hun vorderingen inhielden.
De rechtbank baseerde zich op artikel 45 lid 3 onder Pro b, artikel 111 lid 2 en Pro artikel 120 lid 1 Rv Pro, en de jurisprudentie van de Hoge Raad, waarin is bepaald dat nietigheid slechts aan de orde is indien het gebrek leidt tot onredelijke benadeling van de gedaagde in zijn verweer.
Hoewel het ontbreken van de woonplaats niet tot nietigheid leidde, oordeelde de rechtbank dat eisers hun woonplaats alsnog bekend moesten maken om het verhaal van proceskosten mogelijk te maken. Daarom werd een herstelbevel gegeven om binnen veertien dagen een herstelexploot uit te brengen.
De zaak werd vervolgens verwezen naar de rolzitting van 22 december 2010 voor overlegging van het herstelexploot en verdere beslissing over een eventuele comparitie.
Uitkomst: Het beroep op nietigheid van de dagvaarding wordt verworpen, maar eisers worden bevolen hun woonplaats bekend te maken in een herstelexploot.