ECLI:NL:RBARN:2010:BO8093
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-tijdig beslissen op teruggaafverzoeken omzetbelasting en dwangsom opgelegd
Eiseres heeft achttien teruggaafverzoeken omzetbelasting ingediend over de periode januari 2008 tot en met juni 2009. Verweerder heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van acht weken beslist op deze verzoeken. Eiseres stelde daarom beroep in tegen het niet-tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat de teruggaafverzoeken als aanvragen in de zin van artikel 4:13 Awb Pro moeten worden aangemerkt, waarop binnen acht weken een besluit moet volgen. Verweerder heeft geen termijnverlenging aangevraagd en heeft ook na meerdere verzoeken van eiseres geen besluit genomen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen drie maanden alsnog te beslissen, onder oplegging van een dwangsom van €100 per dag per verzoek met een maximum van €15.000.
Eiseres vorderde tevens schadevergoeding wegens de vertraging, maar de rechtbank acht alleen een integrale proceskostenvergoeding passend en veroordeelt verweerder tot vergoeding van €1.311 aan proceskosten en €297 griffierecht. De rechtbank wijst erop dat bijzondere omstandigheden voor een hogere schadevergoeding ontbreken.
Uitkomst: Verweerder moet binnen drie maanden alsnog beslissen op de teruggaafverzoeken onder oplegging van een dwangsom en wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.