ECLI:NL:PHR:2012:BY5323
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen teruggaaf omzetbelasting
Belanghebbende, een BV actief in detailhandel en groothandel, diende tussen 2008 en 2009 zestien verzoeken om teruggaaf van omzetbelasting in. De Inspecteur nam niet tijdig besluiten op deze verzoeken, waarop belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank verklaarde het beroep ontvankelijk en gegrond en legde een dwangsom op aan de Inspecteur.
Het hof verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat belanghebbende niet eerst de Inspecteur schriftelijk in gebreke had gesteld, zoals vereist volgens artikel 6:12 Awb Pro. Belanghebbende stelde dat haar kortgedingprocedure tegen de Staat der Nederlanden als ingebrekestelling moest worden aangemerkt, maar het hof verwierp dit. De Hoge Raad bevestigt dat een ingebrekestelling een schriftelijke mededeling aan het bestuursorgaan moet zijn en dat een civiele kortgedingprocedure niet voldoet aan dit vereiste.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid het toepasselijke overgangsrecht, de wettelijke termijnen voor beslissingen op teruggaafverzoeken en de functie van de ingebrekestelling als waarschuwing aan het bestuursorgaan. Ook wordt benadrukt dat de rechter ambtshalve de ontvankelijkheid moet toetsen en feiten die relevant zijn voor die ontvankelijkheid moet onderzoeken. Belanghebbendes beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard, waarmee het hofarrest wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen het niet tijdig beslissen op teruggaafverzoeken omzetbelasting wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke ingebrekestelling.