Uitspraak
RECHTBANK ARNHEM
1.Ontstaan en loop van het geding
€ 634 aan heffingsrente in rekening gebracht.
2.Feiten
- een grootboek;
- een bankboek;
- een giroboek;
- een debiteurenboek;
- een crediteurenboek.
- de juistheid van de in aftrek gebrachte belasting ter zake van de geleverde goederen en verleende diensten;
- de tijdigheid van de voldoening van de op de aangiften vermelde belasting.
2.Algemeen
3.Winstberekening
- Er werden geen grootboekrekeningen, balansen en verlies en winstrekeningen opgemaakt;
- Er werd geen werkenadministratie gevoerd;
- De bankafschriften waren niet compleet; .
- De administratie van de belastingplichtige voldoet niet aan de eisen die het bedrijf stelt; De administratie is zodanig gevoerd dat niet te allen tijde de rechten en verplichtingen van belastingplichtige duidelijk blijken;
- De administratie is niet zodanig ingericht en gevoerd dat controle binnen een redelijke termijn mogelijk is;
- De vastgestelde brutowinst is zowel relatief als absoluut erg laag;
- De uitkomst van de privé-vermogensvergelijking leidt tot een negatief netto-privé.
- Er is geen debiteurenadministratie gevoerd
- Er is geen project/werkenadministratie gevoerd
- Er is geen kasadministratie gevoerd
- Er is geen aansluiting tussen de verantwoorde omzetfacturen en de bankontvangsten
4.Privé kosten welke zakelijk zijn geboekt
Uit deze bijlage blijkt het volgende totaal aan aangebrachte correcties :
5.Omzetbelasting
- uit de verklaringen van directeur [k] van [o] en de heer [p] van eenmanszaak [M] blijkt dat een appartement van 60 m2 aan schilderwerk en stucwerk maximaal 6.000 euro kost. Op de projecten is voor veel hogere bedragen tegen 6% gefactureerd. Op het project [A-straat 2,3 en 4] is bv. per appartement ruim 15.000 euro tegen laag tarief gefactureerd. Op het project [A-straat 8] is zelfs alle omzet tegen 6% gefactureerd, en op het project [A-straat 7] 83% van de omzet. Aangezien het ging om de volledige interne renovatie van panden is het onmogelijk dat het stuc- en schilderwerk zo een groot deel van de omzet betrof.
- Op de projecten [A-straat 8] en [A-straat 7] worden de eerste omzetfacturen van het werk al met 6% opgemaakt. Aangezien stuc- en schilderwerk aan het eind van de renovatie plaatsvindt is dit zeer ongeloofwaardig.
- Uit de verklaringen van onderaannemers en de belastingplichtige blijkt dat belastingplichtige naar zijn eigen wensen opgaf aan de onderaannemer welk omzetbelastingpercentage op de factuur moest komen, of zelf de facturen voor de onderaannemer opmaakte.
- Uit stukken blijkt dat er overlegd werd tussen partijen over het te hanteren omzetbelastingpercentage en dat in dit overleg geen rol speelde welke soort werkzaamheden er waren verricht maar slechts wat financieel het beste uitkwam.
- de bankafschriften;
- een kort voor het derdenonderzoek opgemaakte lijst "debiteurenadministratie" waarop de uitgaande facturen waren vermeld ;
- ongeveer 10 bonnetjes van bouwmarkten met kleine bedragen aan inkopen.
- de eerste factuur van 29-12-2003 vermeldt aan de kop en onderaan " [L] " geschreven met 1 s en het btw nummer is onderaan vermeld.
- Er volgen facturen met aan de kop en onderaan " [L] " geschreven met dubbel s en zonder vermelding van een btw nummer. (bv. 03-01-2004; 08-02-2004; 11-02-2004; 26-03-2004; 19-04-2004) - Vervolgens dezelfde facturen nu met het btw nummer rechtsboven. (bv. 27-05-2004; 07-07-2004) De faktuur van 07-07-2004 is er twee keer met hetzelfde factuurnummer en dezelfde omschrijving, 1 keer met btw en 1 keer zonder btw. Beide facturen zijn geboekt, waarbij van de factuur zonder btw zelf btw berekend en geclaimd is
- [X] zei of er 6% of 19% BTW op de factuur van [M] moest komen te staan
- De aanneemsom tussen [X] en [M] was dermate laag dat [BB] zonder het BTW bedrag niet rond kon komen
- [X] wist volgens [BB] , dat de prijs met omzetbelasting nodig was om de verbouwing te kunnen doen
- [M] vermeldde op de facturen wat [X] wilde
- [BB] vermeldde een BTW bedrag op zijn facturen omdat [X] dat wilde
- De administratie van [M] is pas bijgewerkt na aankondiging van een derdenonderzoek door de belastingdienst
6.Overzicht correcties
- voor het jaar 2004, de correctie onderaannemers diversen (onderdeel van correctie verleggingsregeling) van € 61.497;
- voor het jaar 2004, de correctie onderaannemer vof [N] van € 41.984;
- voor het jaar 2004, de correctie toepassing 6% tarief tot een bedrag van € 53.746 (zie brief verweerder van 25 juni 2010;
- voor het jaar 2003, de omzetcorrectie wegens het alsnog overleggen van bankafschriften met volgnummers 12 en 13 (zie brief verweerder 21 mei 2010) tot een bedrag van € 12.327 (= oorspronkelijk correctie van € 55.350 minus nieuw berekende OB van € 12.327).
- restant onderaannemers diversen (€ 61.497 - € 59.563) € 1.934
- onderaannemer vof [N] € 41.984
- toepassing 6% tarief € 53.746
- omzetcorrectie
3.Geschil
- de omzetcorrecties;
- de kostencorrecties;
- voor het jaar 2004 de correctie van het 6% tarief;
- voor de jaren 2003 en 2004 de correctie die ziet op het niet toepassen van de verleggingsregeling.
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de naheffingsaanslagen 2 en 3 en de gelijktijdig met deze naheffingsaanslagen opgelegde beschikkingen heffingsrente;
- vermindert naheffingsaanslag 1 tot € 359.950;
- bepaalt dat verweerder de beschikking heffingsrente dienovereenkomstig vermindert;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 2.162;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 443 (€ 145 en € 298) vergoedt.