Op 3 juli 2010 vond een verkeersongeval plaats tussen verzoekster, een fietser, en verweerder, bestuurder van een personenauto die WAM-verzekerd was bij Unigarant. Verzoekster raakte gewond aan haar hoofd. Er ontstond een geschil over de aansprakelijkheid en de mate van eigen schuld van verzoekster, waarbij verweerder en Unigarant zich beroepen op overmacht en eigen schuld, met een vermindering van de vergoedingsplicht.
Verzoekster verzocht de rechtbank primair om vaststelling van aansprakelijkheid en volledige schadevergoeding, subsidiair om toepassing van de billijkheidscorrectie. Verweerder en Unigarant vroegen om een voorlopig getuigenverhoor over de toedracht van het ongeval, dat door de rechtbank werd toegewezen en aansluitend aan de mondelinge behandeling werd uitgevoerd.
De rechtbank oordeelt dat de feiten en omstandigheden die verweerder en Unigarant aanvoeren niet zonder bewijs kunnen worden vastgesteld, mede omdat geen politieproces-verbaal beschikbaar is. Beslissing op het deelgeschil vereist daarom getuigenverhoren. Omdat het voorlopig getuigenverhoor buiten deze procedure plaatsvindt en reeds is aangevangen, wordt de beslissing op het deelgeschil aangehouden tot sluiting van dat getuigenverhoor.
Partijen krijgen daarna gelegenheid zich schriftelijk uit te laten over de betekenis van de getuigenverklaringen. De rechtbank acht deze procedure niet zinloos of strijdig met een goede procesorde, aangezien zonder bewijslevering geen beslissing kan worden genomen.