ECLI:NL:RBARN:2011:BP6097
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Handhaving gemitigeerd non-concurrentiebeding bij overstap naar concurrent in koelsmeermiddelenmarkt
KSM vordert in kort geding dat [gedaagde], voormalig werknemer, wordt verboden om in dienst te treden bij BP Europa SE, een directe concurrent op de markt voor koelsmeermiddelen voor de metaalindustrie, wegens overtreding van een non-concurrentiebeding en een geheimhoudingsbeding.
De arbeidsovereenkomst van [gedaagde] bevatte sinds 2004 een schriftelijk non-concurrentiebeding en een geheimhoudingsbeding. Hoewel [gedaagde] stelt dat het beding niet rechtsgeldig is overeengekomen en door functiewijzigingen zwaarder is gaan drukken, oordeelt de rechtbank dat het beding geldig is en dat er onvoldoende bewijs is dat het beding door functiewijzigingen aanmerkelijk zwaarder is geworden.
De rechtbank stelt vast dat BP marktleider is en KSM de derde positie bekleedt in een beperkte markt, en dat [gedaagde] bij BP in een functie werkt die zich bezighoudt met dezelfde markt, waardoor het non-concurrentiebeding wordt overtreden. Het geheimhoudingsbeding is echter niet aannemelijk geschonden.
De rechtbank beperkt het concurrentiebeding tot de markt voor koelsmeermiddelen voor de metaalindustrie, omdat het belang van KSM dit rechtvaardigt, maar het belang van [gedaagde] om in de bredere oliebranche te kunnen werken zwaarder weegt. De gevorderde verboden worden dan ook gemitigeerd en het verzoek tot handhaving wordt slechts gedeeltelijk toegewezen.
Uitkomst: De werknemer wordt verboden om gedurende één jaar na 31 december 2010 werkzaam te zijn voor BP op de markt voor koelsmeermiddelen voor de metaalindustrie, met dwangsommen bij overtreding.