ECLI:NL:HR:2010:BK3570
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beëindiging pensioenregeling provisie-inkomsten vereist duidelijke instemming werknemer
In deze zaak stond centraal of de beëindiging van een pensioenregeling over provisie-inkomsten door CZ rechtsgeldig was, nu dit een verslechtering van arbeidsvoorwaarden betrof. De eisers, voormalige buitendienstmedewerkers, vorderden een pensioenverzekering of schadevergoeding over de periode 1998-2000 en een verhoging van de VUT-uitkeringen met provisie-inkomsten.
De kantonrechter wees enkele tussenvonnissen in het voordeel van de eisers, maar het hof vernietigde deze en wees de vorderingen af. Het hof oordeelde dat CZ de werknemers helder had geïnformeerd over de beëindiging van de Reaal-pensioenregeling en dat de werknemers schriftelijk instemden met de waardeoverdracht naar de SBZ-regeling, waarmee de arbeidsvoorwaarde met onderling goedvinden was beëindigd.
De Hoge Raad bevestigde dat een wijziging die een verslechtering inhoudt een nadere overeenkomst vereist en dat de werkgever slechts mag vertrouwen op instemming als duidelijkheid is verschaft en uit gedragingen of verklaringen blijkt dat de werknemer welbewust heeft ingestemd. In deze zaak was dat het geval. De Hoge Raad verwierp het beroep en veroordeelde de eisers in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de eisers wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.