ECLI:NL:RBARN:2011:BP8954
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- A.M.F. Geerling
- A.I. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Naheffing overdrachtsbelasting wegens fraus legis bij kortstondig geregistreerd partnerschap
Eiser en [Y] waren elk voor de helft eigenaar van tien onroerende zaken. Zij gingen voor één dag een geregistreerd partnerschap aan met uitsluiting van gemeenschap van goederen, behalve voor deze onroerende zaken. Vervolgens werd de gemeenschap verdeeld waarbij een beroep werd gedaan op een vrijstelling voor overdrachtsbelasting. Verweerder legde naheffingsaanslagen en een boete op wegens vermeende fraus legis.
De rechtbank stelt vast dat het geregistreerd partnerschap slechts werd aangegaan om overdrachtsbelasting te voorkomen en geen praktische betekenis had. Dit wordt gezien als strijd met doel en strekking van de wet, waardoor de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. De boete wordt echter vernietigd omdat het standpunt van eiser pleitbaar is, mede gezien de onduidelijkheid in rechtspraak en literatuur.
Verder wordt de heffingsrente gehandhaafd omdat daartegen geen zelfstandige gronden zijn aangevoerd. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van een deel van de proceskosten. De uitspraak is gedaan door drie rechters en griffier en is openbaar uitgesproken op 24 maart 2011.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt gehandhaafd wegens fraus legis; de boete wordt vernietigd wegens pleitbaar standpunt.