ECLI:NL:GHARN:2011:BU5781
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen fraus legis bij overdrachtsbelasting bij verdeling onroerende zaken na kort geregistreerd partnerschap
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting opgelegd na de verdeling van onroerende zaken die plaatsvond kort na het aangaan en ontbinden van een geregistreerd partnerschap binnen één dag. De rechtbank had de naheffingsaanslag bevestigd en de boete vernietigd. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het hof overwoog dat artikel 3, lid 1, letter b, Wet BRV een uitzondering maakt voor verkrijgingen krachtens verdeling van een huwelijksgemeenschap, die ook van toepassing is op geregistreerde partnerschappen volgens artikel 2, lid 6, Algemene wet inzake rijksbelastingen. Hoewel het partnerschap slechts één dag duurde en het enige motief het ontgaan van overdrachtsbelasting was, oordeelde het hof dat dit niet leidt tot miskenning van de doel en strekking van de wet (geen fraus legis).
Het hof verwees naar de parlementaire geschiedenis waar de wetgever bewust geen maatregelen nam tegen deze ontgaansmogelijkheid bij geregistreerd partnerschap. Ook het arrest van de Hoge Raad uit 1993, waarin een soortgelijke situatie bij huwelijk werd beoordeeld, werd als vergelijkbaar en richtinggevend beschouwd. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat slechts één vergelijkbaar geval was aangevoerd.
Het hof vernietigde de naheffingsaanslag en de beschikking heffingsrente, bevestigde het oordeel dat de boete niet meer onderwerp van geschil was, en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en heffingsrente worden vernietigd; geen fraus legis bij overdrachtsbelasting na verdeling onroerende zaken binnen één dag geregistreerd partnerschap.