ECLI:NL:RBARN:2011:BP9395
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling anticumulatie, intrekking en terugvordering WAZ-uitkering wegens werkzaamheden in onderneming echtgenote
Eiser ontvangt sinds 1985 een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAZ wegens psychische klachten. Verweerder heeft bij besluiten uit 2008 de uitkering geanticumuleerd en ingetrokken over de periode 1997-2000, omdat eiser werkzaamheden verrichtte in de onderneming van zijn echtgenote zonder dit te melden, en heeft onverschuldigd betaalde uitkeringen teruggevorderd.
De rechtbank oordeelt dat eiser inderdaad werkzaamheden heeft verricht, waaronder administratieve en leidinggevende taken, en dat hij daarmee indirect is verrijkt, ook al ontving hij geen loon. Verweerder mocht de inkomsten redelijk schatten op basis van het loon van de echtgenote en andere gegevens, wat door de rechtbank als aanvaardbaar wordt beschouwd. Eiser kon de schatting niet met concrete gegevens weerleggen.
De rechtbank bevestigt dat de anticumulatie en intrekking van de uitkering rechtmatig zijn toegepast en dat de terugvordering terecht is. Het ontbreken van een medisch onderzoek voor de schatting van arbeidsongeschiktheid wordt niet als onjuist beschouwd, omdat het hier om een praktische inkomensschatting gaat. De rechtbank verklaart het beroep tegen het anticumulatie- en intrekkingsbesluit ongegrond en tegen het terugvorderingsbesluit niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het anticumulatie- en intrekkingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het terugvorderingsbesluit niet-ontvankelijk.