ECLI:NL:RBARN:2011:BQ0127
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering ontheffing ligplaats motorboot in insteekhaven onder Scheepvaartverkeerswet
Eiser is eigenaar van een perceel met een insteekhaven aan de rivier de Linge, waar hij sinds 2004 een motorboot heeft afgemeerd. Verweerder, het waterschap Rivierenland, heeft op grond van de Scheepvaartverkeerswet (Svw) een ligplaatsverbod ingesteld binnen het beheersgebied, met uitzondering van handmatig voortbewogen vaartuigen in aangewezen ligplaatszones. De insteekhaven is door verweerder aangemerkt als ligplaatszone voor handmatig voortbewogen vaartuigen, waardoor motorboten niet zijn toegestaan.
Eiser verzocht om een ontheffing voor het innemen van de ligplaats met zijn motorboot, welke is geweigerd vanwege het ligplaatsverbod en het belang van verweerder om schade aan landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden te voorkomen. De rechtbank oordeelt dat de insteekhaven als scheepvaartweg en waterstaatswerk onder de Svw valt, ondanks het privé-eigendom, en dat het verkeersbesluit en beleidsregels rechtmatig zijn.
De rechtbank stelt vast dat verweerder het belang van bescherming van de landschappelijke waarde adequaat heeft gemotiveerd en dat het belang van eiser bij verlening van de ontheffing hieraan ondergeschikt is. Het beroep tegen de weigering van de ontheffing wordt ongegrond verklaard. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de ontheffing voor het innemen van een ligplaats met een motorboot wordt ongegrond verklaard.