ECLI:NL:RBARN:2011:BQ4438
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.J. Post
- J.J. Penning
- S.W. van Osch - Leysma
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor bewaarplaats asbussen niet gelijk aan begraafplaats in zin Wet op de lijkbezorging
Eisers voerden bezwaar aan tegen de vergunningverlening voor het in gebruik nemen van een bewaarplaats voor asbussen op een landgoed. Zij stelden dat deze bewaarplaats als begraafplaats in de zin van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) moest worden aangemerkt en dat de vergunningaanvraag aan het bestemmingsplan getoetst had moeten worden.
De rechtbank stelde vast dat het urnengedenkpark naar verwachting een relevante toename van verkeer zal veroorzaken, waardoor eisers als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt. De rechtbank oordeelde echter dat het begraven van asbussen niet gelijk staat aan begraving van een lijk en dus niet valt onder hoofdstuk III van de Wlb, waarmee het urnengedenkpark geen begraafplaats is.
Verder overwoog de rechtbank dat vermeende strijdigheid met het bestemmingsplan geen reden is om een vergunning voor een bewaarplaats te weigeren; ruimtelijke ordeningsaspecten dienen in de daarvoor bestemde procedures te worden behandeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor de bewaarplaats voor asbussen wordt ongegrond verklaard.